teelt
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het kweken
- dat wat geteeld is
Etymologie
* In de betekenis van ‘het telen, het geteelde’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Vertalingen
Engelsculture
Spaanscultivo, cultura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek