tegoed

onzijdig (het)/təˈɣut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (financiële) middelen waarop men (bij een spaarinstelling) aanspraak kan maken
    Alle tegoeden zijn overgebracht naar een andere rekening.

Uitdrukkingen

  • zich tegoed doenzich volvreten of zich voldrinken

Vertalingen

Engelsassets, credit
Fransavoirs, actif, crédit
DuitsVermögenswerte, Guthaben
Spaansactivos, crédito