tekenen

/ˈtekənə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een tekening maken
    Of ze tekenen de schelp op iets wat ze meedragen.
  2. een zichtbaar spoor achterlaten
    Dus begin ik, parallel aan mijn zoektocht naar de gebeurtenissen van 1953, tekenen van zijn leven van véôr die tijd te verzamelen.
  3. zetten van een handtekening
    De medewerkster knikt, controleert mijn gegevens, haalt een gele akte-envelop uit een rek en laat me tekenen voor ontvangst.

Etymologie

* In de betekenis van ‘schilderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1367

Vertalingen

Engelsdraw
Fransdessiner
Duitszeichnen
Spaansdibujar, delinear
Italiaansdisegnare
Japans描く
Poolsrysować
Zweedsrita