tekort

onzijdig (het)/təˈkɔrt/

Wat is de betekenis van tekort?

tekort betekent: een ontbrekende hoeveelheid

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ontbrekende hoeveelheid

Voorbeelden van "tekort" in een zin

  • Er heerste een groot tekort aan graan.

Betekenis en uitleg van tekort

Het woord 'tekort' verwijst naar een tekortkoming of een gebrek aan iets dat nodig is. Het kan betrekking hebben op middelen, tijd, of zelfs vaardigheden, en duidt vaak op een situatie waarin er niet genoeg is om aan de behoeften te voldoen.

Je gebruikt 'tekort' vaak in situaties waarin iets niet toereikend is, zoals bij financiële problemen of bij het tekort aan tijd om een taak af te ronden. Het woord heeft een negatieve connotatie en kan ook duiden op een gevoel van onvrede of urgentie. Bijvoorbeeld, als je zegt dat er een tekort is aan goede leraren, benadruk je dat er niet genoeg gekwalificeerde mensen zijn om de vraag te dekken.

Voorbeelden

  • Door het tekort aan grondstoffen stegen de prijzen van de producten aanzienlijk.
  • Haar drukke agenda leidde tot een tekort aan tijd voor ontspanning.
  • Het tekort aan voldoende slaap had een negatieve invloed op zijn concentratie tijdens de vergadering.

Woordoorsprong

Het woord 'tekort' is afgeleid van het Middelnederlandse 'tecort', wat 'afgebroken' of 'onvolledig' betekent. Het is verwant aan het werkwoord 'tekortschieten', dat ook duidt op het niet voldoen aan een vereiste.

Veelgestelde vragen over tekort

Wat is de betekenis van tekort?

tekort betekent: een ontbrekende hoeveelheid

Welk woordgeslacht heeft tekort?

tekort is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van tekort?

Synoniemen van tekort zijn: krapte, manco, schaarste.

Hoe gebruik je tekort in een zin?

Voorbeeld: “Er heerste een groot tekort aan graan.

Vertalingen

Engelsdeficit, lack, shortage
Fransdéficit, manque, pénurie
DuitsMangel
Spaansfalta, déficit, escasez