tekort
onzijdig (het)/təˈkɔrt/
Wat is de betekenis van tekort?
tekort betekent: een ontbrekende hoeveelheid
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een ontbrekende hoeveelheid
Voorbeelden van "tekort" in een zin
- Er heerste een groot tekort aan graan.
Vertalingen
Engelsdeficit, lack, shortage
Fransdéficit, manque, pénurie
DuitsMangel
Spaansfalta, déficit, escasez
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek