tekstschrijver

mannelijk (de)/ˈtɛks(t)sxrɛivər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een schrijver van teksten van diverse aard, zoals muziek, proza, theaterstukken of cabaretvoorstellingen maar ook van teksten voor derden die bedoeld zijn als voorlichting of reclame
    Bertus op zijn Norton en Tinus op zijn BSA, ze hebben een klein beetje te veel gedronken, worden te pletter gereden door een automobilist die straalbezopen is. In de Volkskrant van 22 mei 2015 zegt zanger-tekstschrijver Bennie Jolink dat Oerend Hard gaat over automobilisten die motorrijders altijd over het hoofd zien. {{Aut|Spits, Frits
    Aanvankelijk werd er lacherig gereageerd op de berichtgeving. Herman: 'We waren toen nog zo piep.' Tekstschrijver Johan Flaton: `Vooral De Telegraaf schreef over ons. Logisch, dat is een krant die een pesthekel heeft aan ons, zeiden we tegen elkaar. We hebben succes, een grote omzet, veel geld, highprofi/e en we zijn links-liberaal.' {{Aut|Holtwijk, Ineke
    Was dat in 1991 nog een aanvaardbaar woord, neger? We durven het te betwijfelen. We zullen het maar aan de dichterlijke vrijheid van tekstschrijver Jan De Vuyst toeschrijven. In ieder geval heeft zelfs Isabelle al een tijdje door dat het niet past: als ze het nummer live brengt (brengt Isabelle A nummers live?) dan zingt ze iets anders. Wat precies, dat kwamen we niet te weten.de Standaard 23 november 2017

Vertalingen

Engelscopywriter, songwriter, lyricist