tel
mannelijk (de)/tɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zeer korte tijdsduur.Wanneer ze een tel is ingedut en haar gezicht eindelijk weer iets kinderlijks krijgt, met een lief onderkinnetje en al.In een tel zat ik rechtop.
- seconde
- ruïneheuvel, gevormd door opeenvolgende lagen van bewoning
Etymologie
*[3] van
Vertalingen
Engelstel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek