tel

mannelijk (de)/tɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeer korte tijdsduur.
    Wanneer ze een tel is ingedut en haar gezicht eindelijk weer iets kinderlijks krijgt, met een lief onderkinnetje en al.
    In een tel zat ik rechtop.
  2. seconde
  3. ruïneheuvel, gevormd door opeenvolgende lagen van bewoning

Etymologie

*[3] van

Vertalingen

Engelstel