telefoon
mannelijk (de)/ˌteləˈfon/
Wat is de betekenis van telefoon?
telefoon betekent: (elektrotechniek), (telecommunicatie) een toestel waarmee men geluid over kan brengen door middel van galvanische stroom, telefoontoestel
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek), (telecommunicatie) een toestel waarmee men geluid over kan brengen door middel van galvanische stroom, telefoontoestel
- (elektrotechniek), (telecommunicatie), (informatica) kleine draagbare computer waarmee men ook kan telefoneren
- (communicatie) telefonische oproep of telefonisch onderhoud
Voorbeelden van "telefoon" in een zin
- We zochten naar een goede en goedkope telefoon.
- ' 'Ja, mam, ik mag ook niet op mijn telefoon van jou,' bemoeit ook Nikki zich ermee.
- Behalve digitale kaarten op mijn telefoon droeg ik ook papieren kaarten en een kompas met me mee, maar al na een aantal weken gooide ik alle papieren kaarten weg om gewicht te sparen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’ voor het eerst aangetroffen in 1875
Vertalingen
Engelstelephone
Franstéléphone
DuitsTelefon, Telephon, Fernsprecher
Spaansteléfono
Italiaanstelefono
Portugeestelefone
Russischтелефон
Japans電話, でんわ
Koreaans전화
Arabischتلفون, هاتف
Turkstelefon
Poolstelefon
Zweedstelefon
Deenstelefon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek