teleurstellen

/təˈlørstɛlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand op onaangename wijze verrassen, vaak door een belofte niet na te komen
    We hoeven hen nu niet langer meer teleur te stellen.
    De kwartaalresultaten van de vliegtuigbouwer stelden de beleggers teleur.

Etymologie

* In de betekenis van ‘niet vervullen’ voor het eerst aangetroffen in 1539

Vertalingen

Engelsdisappoint
Fransdécevoir, désabuser
Duitsenttäuschen
Spaansdecepcionar, desengañar
Italiaansdelure
Portugeesdecepcionar
Deensskuffe