teller

mannelijk (de)/ˈtɛlər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) het getal boven de streep van een breuk
  2. techniek (techniek) een apparaat om aantallen te tellen; meter [2]

Etymologie

*Afgeleid van tellen . Dit is een leenvertaling van de Latijnse benaming numerator.

Vertalingen

Engelsnumerator, counter
Fransnumérateur
DuitsZähler
Spaansnumerador, contador
Italiaansnumeratore
Turkspay
Poolslicznik