Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

temmincks baardbuulbuul

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie (buulbuuls). Deze soort telt 2 ondersoorten

Etymologie

* (eponiem), vaste verbinding van de bezitsvorm van (Coenraad Jacob Temminck, natuuronderzoeker, ornitholoog, zoöloog, (1778-1858)) en "baardbuulbuul"