Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

temmincks looftiran

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie (tirannen). Deze soort komt voor van zuidoostelijk Brazilië (Espírito Santo) tot oostelijk Paraguay en noordoostelijk Argentinië

Etymologie

* (eponiem), vaste verbinding van de bezitsvorm van (Coenraad Jacob Temminck, natuuronderzoeker, ornitholoog, zoöloog, (1778-1858)) en "looftiran"