ten aanschouwen van
/tɛnˈansxɑuwə(n)ˌvɑn/
Betekenis
voorzetsel
- voor de ogen van, terwijl de genoemde toekijktTen aanschouwen van zo'n kleine driehonderd toeschouwers lieten ze gisteravond een staaltje van hun kunnen zien.
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek