ten aanschouwen van

/tɛnˈansxɑuwə(n)ˌvɑn/

Betekenis

voorzetsel
  1. voor de ogen van, terwijl de genoemde toekijkt
    Ten aanschouwen van zo'n kleine driehonderd toeschouwers lieten ze gisteravond een staaltje van hun kunnen zien.

Etymologie

*(coll)