tenenkaas

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mengeling van epitheelcellen, huidafscheiding, vocht, bacteriën en vuil dat zich kan ophopen onder teennagels met een karakteristieke sterke zure geur, veroorzaakt door melkzuurbacteriën
    Knols en De Jong zijn daarna doorgegaan en kwamen via tenenkaas bij Limburgse kaas als lokmiddel terecht. Reformatorisch Dagblad 06-10-2006 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/prijs-voor-onderzoek-naar-stinkkaas-1.1330942 Prijs voor onderzoek naar stinkkaas]
    Nesten mét een koekoeksjong doen het dus beter dan nesten zonder. Volgende vraag: hoe kan dat? Uit eigen ervaring wisten ze dat koekoeksjongen die opgepakt worden, een walgelijke zwarte stof uitkakken. Bij nader onderzoek bleek dat een mengsel van zuren, indolen, fenolen en verschillende zwavelhoudende organische stoffen te zijn. Bijtend én stinkend. Tenenkaas, kots, rot vlees, rotte eieren, bokkengeur: het zat er allemaal in. De Standaard 24 MAART 2014 OM 03:00 UUR | Pieter Van Dooren [http://www.standaard.be/cnt/dmf20140323_01036989 Koekoek doet ook goed]
    Dat rechtoplopen heeft onze achterste handen tot voeten verprutst. Dat zou nog zo erg niet zijn als de ombouw goed was gebeurd. Bij apen gaan in een noodsituatie de vier handpalmen zweten, waardoor ze beter greep krijgen op de takken. Onze voeten grijpen niet meer, maar ze bleven wel zweten. Een tropisch zwemparadijs voor bacteriën, die het zweet jolig karnen tot tenenkaas. De Standaard 04 AUGUSTUS 1998 OM 00:00 UUR | PIETER VAN DOOREN [http://www.standaard.be/cnt/dss9808040003 Geachte Schepper,]

Vertalingen

Engelstoe jam, toe cheese