tengel

mannelijk (de)/ˈtɛŋəl/

Wat is de betekenis van tengel?

tengel betekent: (informeel) meestal : vinger

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) meestal : vinger
  2. bouwkunde (bouwkunde) een kleine houten lat

Voorbeelden van "tengel" in een zin

  • Blijf daar af met je tengels!
  • De timmerman vergat de tengels mee te nemen naar de bouwplaats.

Etymologie

* In de betekenis van ‘houten strook’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1848