tent
mannelijk/vrouwelijk (de)/tɛnt/
Wat is de betekenis van tent?
tent betekent: verplaatsbare constructie van over stokken of buizen gespannen doek die als (tijdelijk) onderdak dient
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verplaatsbare constructie van over stokken of buizen gespannen doek die als (tijdelijk) onderdak dient
- (informeel) openbare plek (bijv. een café of restaurant) of andere openbare gelegenheid; bij uitbreiding ook een bepaalde leefruimte in het algemeen
zelfstandig naamwoord
- (medisch) voorwerp om een wond nader mee te onderzoeken, zoals een stift
- peilstang
Voorbeelden van "tent" in een zin
- Als je zelf een tent of caravan meeneemt, blijft het tarief gelijk.
- Ik was blij dat we aan het afdalen waren en dat ik snel weer veilig in mijn tent in het dal kon kruipen.
- Te druk? De waarheid is dat ik gewoon geen geld heb om in zo'n chique tent te gaan dineren.
- Die dronken gasten kwamen hier binnen en hebben de hele tent afgebroken.
Etymologie
*[B] Via Middelnederlands tente / tinte van "tente" (doublet met tent [A])
Uitdrukkingen
- De tent afbreken — Ergens alles kort en klein slaan
- De tent sluiten — Een café, restaurant enz. sluitenophouden met werken
- Ergens zijn tenten opslaan — Ergens gaan wonen
- Iemand uit zijn tent lokken — Iemand bewust tot (nadelig) handelen verlokken, iemand provoceren
Vertalingen
Engelstent
Franstente
DuitsZelt, Lokal
Spaanstienda campaña
Italiaanstenda
Portugeesbarraca
Russischпалатка
Arabischخيمة صغيرة
Turksçadır
Poolstelt, namiot
Zweedstält
Deenstelt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek