teren
Betekenis
werkwoord
- (ov) met teer besmerenDe schipper heeft de sloep geteerd.
- in zijn levensonderhoud voorzien
Etymologie
* In de betekenis van ‘in zijn levensonderhoud voorzien’ voor het eerst aangetroffen in 1539
Uitdrukkingen
- Op zijn vet teren — leven van gespaard geld
Vertalingen
Engelstar
Fransgoudronner
Duitsteeren
Spaansalquitranar, embrear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek