teren

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met teer besmeren
    De schipper heeft de sloep geteerd.
  2. in zijn levensonderhoud voorzien

Etymologie

* In de betekenis van ‘in zijn levensonderhoud voorzien’ voor het eerst aangetroffen in 1539

Uitdrukkingen

  • Op zijn vet terenleven van gespaard geld

Vertalingen

Engelstar
Fransgoudronner
Duitsteeren
Spaansalquitranar, embrear