terrorist

mannelijk (de)/ˌtɛroˈrɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die terroristische aanslagen beraamt, pleegt of wil plegen met een godsdienstig of politiek doel
    De Wijk sluit zich daarbij aan. "Terrorisme is een wrede vorm van straattheater. Als mensen niet kijken, is de act niet geslaagd. Als iedereen erbovenop springt, ook de deskundigen, speel je de terroristen in de kaart. Je geeft ze een podium."
    De overheden vrezen AI-systemen die overtuigend nepnieuws maken, cyberaanvallen uitvoeren of als hulpmiddel gaan fungeren voor terroristen of oplichters.[https://www.nrc.nl/nieuws/2023/11/24/nu-sam-altman-terug-is-rest-de-vraag-wat-nu-a4182252 www.nrc.nl (24 nov 2023)]

Etymologie

*afgeleid van (het oorspronkelijk Franse) terreur of het Latijnse terror

Vertalingen

Engelsterrorist
Fransterroriste
DuitsTerrorist
Spaansterrorista
Italiaansterrorista
Portugeesterrorista
Russischтеррорист, террористка, террористы
Chinees恐怖份子
Japansテロリスト
Koreaans테러리스트
Arabischارهابي, ارهابيين
Turksterörist
Zweedsterrorist