terts
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) de derde trap van een diatonische toonladder
- (muziek) een interval met een toonafstand zoals die van de eerste naar de derde toon van een diatonische toonladder
- (religie) een van de kleine kerkelijke getijdenRond negen uur 's ochtends wordt, met name in kloosters, het officie van de terts gebeden.
Etymologie
*van Latijn "tertius" "derde"
Vertalingen
Engelsthird
Franstierce
DuitsTerz
Spaanstercera
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek