terug
/təˈrʏχ/
Wat is de betekenis van terug?
terug betekent: alweer, opnieuw
Betekenis
bijwoord
- alweer, opnieuw
- weer naar het punt van uitgang
- achteruit
Achterzetsel
- geleden
Voorbeelden van "terug" in een zin
- Hij is terug ziek geworden.
- Ik ga weer terug naar huis.
- Dat was in 1905. Nu was het 1940 en was je terug bij het uitgangspunt. Het was alsof je de Kleivebron opnieuw bouwde.
- Ga eens even een meter terug, volgens mij ben je op iets getreden.
- Drie weken terug heb ik een e-mailbericht van hem ontvangen.
Etymologie
In de betekenis van ‘bijwoord van richting: achteruit, retour’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1376.
Vertalingen
Deenstilbage
Duitszurück
Engelsback
Fransde retour
fytebek
Italiaansindietro, a posto
notilbake
nntilbake
Portugeesde volta
Spaansde vuelta, hacia atrás
Zweedstillbaka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek