terugbezorgen

Betekenis

werkwoord
  1. weer brengen naar de plaats of persoon waarvan iets gekomen is
    'Dan wordt het wel tijd,'zei ik, 'dat we Jim zijn fiets terugbezorgen.
    Keen belooft "twee mooie, veel duurdere wedstrijdbatjes" te kopen voor degene die hem zijn geliefde batje kan terugbezorgen.