tet
vrouwelijk (de)/tɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- negende letter van het alfabet
- getal negen
zelfstandig naamwoord
- (informeel) (Vlaanderen) borst, tiet
Etymologie
*(m) / (f): herkomst: Indo-Europees, precieze oorsprong onzeker, maar vermoedelijk te maken met 'zuigen'. Engels tit, Saterfries Tit, Noord-Nederlands tiet, Duits Zitze, Titte, Zweeds tutte, Latijn titta, Italiaans tetta, Frans tette, Spaans en Portugees teta, Roemeens țâță, Russisch ти́тька (títʹka), Oekraïens ци́цька (cýcʹka) Pools cyc, Tsjechisch cecek, Bulgaars ци́ца (cíca).
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek