tet

vrouwelijk (de)/tɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. negende letter van het alfabet
  2. getal negen
zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) (Vlaanderen) borst, tiet

Etymologie

*(m) / (f): herkomst: Indo-Europees, precieze oorsprong onzeker, maar vermoedelijk te maken met 'zuigen'. Engels tit, Saterfries Tit, Noord-Nederlands tiet, Duits Zitze, Titte, Zweeds tutte, Latijn titta, Italiaans tetta, Frans tette, Spaans en Portugees teta, Roemeens țâță, Russisch ти́тька ‎(títʹka), Oekraïens ци́цька (cýcʹka) Pools cyc, Tsjechisch cecek, Bulgaars ци́ца ‎(cíca).