tgv

mannelijk (de)/ˌteʒeˈve/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. personenvervoer over het spoor met snelheden boven de 200 km/u
    Tegen alle economische en logistieke argumenten in blijf ik ook koppig de tgv of de Thalys nemen om jaar na jaar te moeten vaststellen dat de luchtvaartindustrie er weer in geslaagd is om de frequentie van de milieubewuste langeafstandsalternatieven wat verder dood te knijpen. de Standaard 20 oktober 2017
    De Nationale 7 is een symbool van naoorlogs optimisme, toen de salarissen elk jaar omhoog gingen en Frankrijk het modernste land ter wereld was, met zijn Concorde, tgv en kerncentrales.

Etymologie

* uit het train à grande vitesse

Vertalingen

EngelsTGV