thee
mannelijk (de)/te/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gedroogde bladeren van de theestruik
- (drinken) warme drank bereid van de bladeren van de onder [1] genoemde theestruikIk zat in de keuken en sloot mijn ogen, terwijl Lawrie thee voor ons zette.De Gezondheidsraad beveelt drie koppen zwarte of groene thee per dag aan. Dat verlaagt het risico op hartinfarcten, beroerten en type 2 diabetes[http://www.parool.nl/amsterdam/is-vruchtensap-even-ongezond-als-frisdrank~a4399223/ www.parool.nl]Overal ter wereld was de lokale bevolking gastvrij en verwelkomde vermoeide lopers met een warme kop thee of een bed voor de nacht.
- een kop gevuld met deze drank
- (bij uitbreiding) een aftreksel/infusie van eender welke plant of deel van een plant
- bijeenkomst waar men thee geserveerd krijgtIk nodig je uit voor de thee
Etymologie
*via "teh" van "茶" (tê), in de betekenis van ‘aftreksel van bladeren’ aangetroffen vanaf 1637
Uitdrukkingen
- Thee met witte puntjes — Slappe thee, ofwel: iets van mindere kwaliteit
- Dat is niet mijn kopje thee — Daar houd ik niet van
- Dat is andere thee — Dat is iets heel anders
- num=2 — Een stokje in de thee, brengt blijde boodschap mee.
Vertalingen
Engelstea
Fransthé
DuitsTee
Spaansté
Italiaanstè
Portugeeschá
Russischчай
Chinees茶
Japans茶
Koreaans차
Arabischشَاي
Turksçay
Poolsherbata
Zweedste
Deenste
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek