Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
thekla's leeuwerik
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie van leeuweriken (Alaudidae). De vogel werd in 1858 door beschreven en vernoemd naar zijn vroeg gestorven zuster Thekla Brehm
Etymologie
* (eponiem), vaste verbinding van de bezitsvorm van "Thekla" en "leeuwerik"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek