therapeut

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch, beroep (medisch), (beroep) iemand die een patiënt behandelt
    Ben je al naar de therapeut geweest?

Etymologie

* van therapie

Vertalingen

Engelstherapist
Fransthérapeute
DuitsTherapeut
Spaansterapeuta