thesaurus

mannelijk (de)/teˈsɑurʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een systematisch georganiseerde verzameling van begrippen uit een taal die zo is opgezet dat men eenvoudig een overzicht kan krijgen van woorden die soortgelijke betekenissen hebben

Etymologie

* Leenwoord uit Latijn thēsaurus ‘voorraad, schat, schatkamer’, ontleend aan Oudgrieks thēsaurós (θησαυρός).

Vertalingen

Fransdictionnaire des synonymes, thésaurus
DuitsThesaurus
Spaansdiccionario de sinónimos, tesauro
Italiaansdizionario dei sinonimi, tesoro
Portugeestesauro, thesaurus
Russischтезаурус
Japansシソーラス, 類語辞典
Zweedssynonymordbok
Deenssynonymordbog, tesaurus