thuisbrengen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ditr (ditr) iets of iemand naar huis vervoeren
    Ik kreeg dat netjes door hem thuisgebracht.
  2. iets zodanig herinneren dat men ook weet wat het precies was
    Ik kan me mijn eigen moeder nauwelijks herinneren. Ik bewaar een herinnering aan armen om me heen, armen die me tegen een zachte boezem drukken, die rook naar keukenvuur, schoonmaakmiddel en een of andere vaag bittere geur die ik niet meer kan thuisbrengen.