thuisclub
mannelijk/vrouwelijk (de)/'tœysklʏp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de sportvereniging op wiens terrein de wedstrijd gespeeld wordt, de ontvangende clubVoor Racing was het een moeilijke wedstrijd tegen seizoensrevelatie Gent. De club uit Brussel kwam 2-0 voor, maar zag Gantoise terugkomen tot 2-2. Uiteindelijk maakte de thuisclub er toch nog 3-2 van.de Standaard 12/NOVEMBER/2017Achtervolger Fortuna Sittard profiteerde optimaal van de nederlaag van NEC. De Limburgers wonnen met 1-3 van Helmond Sport. Andre Vidigal bezorgde Fortuna twee keer de voorsprong en dus de overwinning. Stefan Askovski maakte het in blessuretijd nog erger voor de thuisclub. Zo heeft NEC nu nog maar een voorsprong van vier punten op Fortuna.Tubantia Tijani Goullet 27-NOVEMBER-2017
Vertalingen
Engelshome team, home side
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek