thuiskomen

/xxxx/

Wat is de betekenis van thuiskomen?

thuiskomen betekent: (erga) terugkeren in de eigen woning

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) terugkeren in de eigen woning

Voorbeelden van "thuiskomen" in een zin

  • Hij was nog maar net thuisgekomen toen hij het nieuws hoorde.
  • ‘Denk erom hè… Geen haast,’ riep hij me na terwijl ik naar de grensmuur liep om mijn hand op het koude ijzer te leggen en mezelf moed in te praten: ‘veilig thuiskomen’.