thuisreis
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de tocht terug naar eigen land en woning na een vakantie of reisBij de Navo zal een zucht van verlichting hebben weerklonken toen de ongepolijste en licht ontvlambare Amerikaanse president de thuisreis naar Washington had aanvaard zonder brokken te maken en het trans-Atlantische bondgenootschap te hebben opgeblazen.de Standaard 26 MEI 2017Benedicts vrouw Lenka zegt dat haar man zondag aan de thuisreis moest beginnen. Een eerste vlucht zou hem naar Hongkong brengen, waar hij een lezing voor de Royal Geographical Society zou geven. Allen kwam niet opdagen bij de incheckbalie, noch bij het wetenschappelijk genootschap.Tubantia 15-NOVEMBER-2017
Vertalingen
Engelshomeward journey, journey home
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek