Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

thuisstadion

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stadion waar een sportteam gevestigd is
    Minstens vijf miljoen mensen zijn in Chicago de straat opgegaan om het feestje van de Chicago Cubs mee te vieren. De stoet vertrok bij Wrigley Field, het thuisstadion van de Cubs, voor de parade dwars door de stad op weg naar Grand Park.
    Smit wil vooral de combiregeling zien verdwijnen. Om de supportersstromen in goede banen te leiden moeten de fans zich eerst melden bij het thuisstadion van de club om gezamenlijk af te reizen naar een uitwedstrijd.