Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tibetaanse leeuwerik
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae). Deze soort komt voor in het zuidelijke deel van Centraal-Azië en telt 2 ondersoorten
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek