Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tibetaanse patrijs
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (hoendervogels) een patrijs uit het geslacht perdix, waartoe ook de in Nederland voorkomende behoort. Hij is ongeveer 28 cm lang. De Tibetaanse patrijs komt voor in west en centraal China, Nepal, Tibet en het noorden van India. Er zijn drie ondersoorten bekend
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek