tieren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) luidkeels woede uiten, woedend betogen, tekeergaanHij liep te tieren en te schelden, maar het maakte allemaal niets uit.
- welig ~: uitbundig groeien, gedijenHet onkruid tiert weer welig in de tuin.
Etymologie
*Sinds 1350 in beide betekenissen bekend. Mogelijk van "tiere": soort, geaardheid.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek