tieren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) luidkeels woede uiten, woedend betogen, tekeergaan
    Hij liep te tieren en te schelden, maar het maakte allemaal niets uit.
  2. welig ~: uitbundig groeien, gedijen
    Het onkruid tiert weer welig in de tuin.

Etymologie

*Sinds 1350 in beide betekenissen bekend. Mogelijk van "tiere": soort, geaardheid.