tijdpassering

vrouwelijk (de)/ˈtɛitpɑˌserɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets waarmee men de vrije tijd doorkomt
    Onderweg schoot het Pierre te binnen dat het gebruikelijke kaartclubje die avond bij Anatole bijeenkwam, en dat er na afloop zoals gewoonlijk een drinkgelag zou zijn met als besluit een van Pierres geliefde tijdpasseringen.