tijdschrijver
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die in een fabriek bijhoudt hoeveel tijd arbeiders aan een bepaalde taak bestedenTussen middelbare school en universiteit had ik in een Eindhovense machinefabriek een halfjaar een baan als tijdschrijver gehad.
- iemand die over een bepaalde (historische) tijd schrijft
Vertalingen
Engelstime recorder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek