Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tijmrookwants
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (halfvleugeligen) een wants uit uit de onderfamilie van de familie van de bodemwantsen (). De soort werd het eerst wetenschappelijk beschreven door Johann Eduard Heinrich Scholtz in 1846
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek