tilbury
mannelijk (de)/ˈtɪlbʏri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) licht, eenassig, open, eenspannig rijtuig met grote spaakwielen, door een paard getrokken dat zowel met als zonder vouwkap werd gemaaktDan waren er de tochtjes naar de stad. Meerijden op zijn vaders tilbury zal Heike een feest gevonden hebben.Tilbury's en sjezen zijn nog regelmatig overal in West-Friesland te zien, bijvoorbeeld bij de ringrijderijen.{{ouds
Etymologie
*van "tilbury", (eponiem) naar de 19e-eeuwse Engelse wagenmaker John Tilbury die dit ontwerp op de markt bracht, in de betekenis van ‘rijtuigje’ aangetroffen vanaf 1835
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek