tingelen

/'tɪŋələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. heldere korte geluiden voortbrengen zoals bij een klokkenspel van kleine belletjes
    Bakkers en slagers rijden die dag weer op een transportfiets met voorop een mand en een bel die veel lijkt op een dingdong in de hal. Trams tingelen kerkklokken luiden. Het carillon declameert vrolijke liedjes dames met klokrok staan elegant op hun kop. De arrenslee schudt jinglebellend de sneeuw van zich. Alles is vol klingelend leven zoals het ooit was bedoeld..Tubantia 03-FEBRUARI-2014
    Het liedje wiegt op een ontspannen zomeravondritme, waarop eventueel ook een voorzichtige chachacha te dansen valt, en in het refrein tingelen de gitaren als bouzouki's in een olijfboomgaard.Volkskrant Robert van Gijssel 1 juli 2016
  2. niet heel goed pianospelen
  3. tengels aanbrengen op een muur als voorbereiding op het aanbrengen van behang

Etymologie

* van Middelnederlands, (klanknabootsing)

Vertalingen

Engelstinkle, jingle, rattling