Tinne

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtɪnə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) elk van de stukjes onderbroken muur bovenaan een getande wand van een gebouw of vestingwerk, historisch bedoeld als beschutting voor verdedigers die de onderbrekingen konden gebruiken om de aanvallers te beschieten
  2. figuurlijk (figuurlijk) hoogste deel van een bouwwerk

Etymologie

*van Middelnederlands "tinne" of "tenne"; cognaat met "tinne", "zinna", "zinne" en "Zinne"Dit is vermoedelijk een ablautende vorm van "tand", ook gelet op "tind", "tint"; "tine"; "tind", "tinde", "tine"; "zint", "zint"/"zindes"; "tindr", "tinne" die allemaal op een puntig uitsteeksel betrekking hebben.

Vertalingen

Engelsmerlon
DuitsZinne