tinneroy

/ˈtɪnəˌrɔj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. textielindustrie (textielindustrie) ribfluweel met dunne ribbels, meer dan 6 per cm
    Hij is gekleed in tinneroy broek, donkerblauwe pullover, daaronder wit overhemd, open aan de hals.

Etymologie

*kofferwoord gevormd uit "thin" "dun" en "corduroy"

Vertalingen

Engelspincord