tint

mannelijk/vrouwelijk (de)/tɪnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. variatie van een kleur die ontstaat door die lichter of donkerder te maken
  2. mate waarin een beeld een lichte of juist donker indruk maakt
  3. figuurlijk (figuurlijk) heel geringe indruk, lichte graad
  4. kleur van het uiterlijk
  5. variatie van een kleur die ontstaat door verschil in golflengte (bij beschrijving kleuren binnen een kleurruimte; deze betekenis wijkt af van die in het traditionele spraakgebruik)
  6. figuurlijk (figuurlijk) bepaalde ideologische invalshoek
zelfstandig naamwoord
  1. donkerrode Spaanse wijn van de tintodruif

Etymologie

*(m): via Middelnederlands "tente" van "tinto" "gekleurd"

Vertalingen

Engelscomplexion, dye, hue
Spaansmatiz