tint
mannelijk/vrouwelijk (de)/tɪnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- variatie van een kleur die ontstaat door die lichter of donkerder te maken
- mate waarin een beeld een lichte of juist donker indruk maakt
- (figuurlijk) heel geringe indruk, lichte graad
- kleur van het uiterlijk
- variatie van een kleur die ontstaat door verschil in golflengte (bij beschrijving kleuren binnen een kleurruimte; deze betekenis wijkt af van die in het traditionele spraakgebruik)
- (figuurlijk) bepaalde ideologische invalshoek
zelfstandig naamwoord
- donkerrode Spaanse wijn van de tintodruif
Etymologie
*(m): via Middelnederlands "tente" van "tinto" "gekleurd"
Vertalingen
Engelscomplexion, dye, hue
Spaansmatiz
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek