tip
mannelijk (de)/tɪp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uiterste punt van ietsIk zal een tipje van de sluier oplichten.
- stukje rubber in de hak- of schoenzool tegen scheef afslijtenDe tip in mijn zool is weg.
zelfstandig naamwoord
- verstrekking van een korte inlichting over ietsIk zal je een tip geven...Hoe vrouwen het aanpakten tijdens hun menstruatie weet ik niet precies. Er bestaat een speciale PCT-vrouwenfacebookgroep (women of the PCT) waar onderling tips en tricks over dit soort onderwerpen worden gedeeld.
zelfstandig naamwoord
- fooiGeef jij die dame eens een tip.
Etymologie
* [C] Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘wenk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1889
Vertalingen
Engelspeak, point, summit
Spaanscima, extremo, punta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek