tip

mannelijk (de)/tɪp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uiterste punt van iets
    Ik zal een tipje van de sluier oplichten.
  2. stukje rubber in de hak- of schoenzool tegen scheef afslijten
    De tip in mijn zool is weg.
zelfstandig naamwoord
  1. verstrekking van een korte inlichting over iets
    Ik zal je een tip geven...
    Hoe vrouwen het aanpakten tijdens hun menstruatie weet ik niet precies. Er bestaat een speciale PCT-vrouwenfacebookgroep (women of the PCT) waar onderling tips en tricks over dit soort onderwerpen worden gedeeld.
zelfstandig naamwoord
  1. fooi
    Geef jij die dame eens een tip.

Etymologie

* [C] Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘wenk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1889

Vertalingen

Engelspeak, point, summit
Spaanscima, extremo, punta