tippen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een fooi geven
    Ik tip altijd een vast bedrag.
  2. ov (ov) een wenk, hint geven
    Hij werd vooraf getipt als de grote favoriet.
    Waakzame burgers tipten de politie.
  3. ov (ov) lichtjes aantikken
    Hij leunt achterover en tipt het kegeltje as van zijn sigaar.
  4. ov (ov) evenaren, op gelijke hoogte komen
    De omzetcijfers van dit jaar zijn goed, maar kunnen nog niet tippen aan die van vorig jaar.
  5. ov (ov) aanwijzen als de meest kansrijke (bij een wedstrijd e.d.)
    Hij werd getipt als winnaar.