tirade
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- felle woordenstroomDe politicus hield een tirade over het onrecht dat zijn kiezers werd aangedaan.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘omhaal van woorden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1844
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek