titi

mannelijk (de)/ˈtiti/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. primaten (primaten) springaapje, benaming voor apen uit het geslacht , voorkomend in het gebied van de Amazone
    De observatie van Wallace was juist. Voor de titi en de marmoset (beiden apenfamilies van het hoge drooglandbos) werkt het perfect. Deze soorten kunnen niet zwemmen en kunnen dus met geen mogelijkheid de rivier oversteken. Door deze isolatie van verschillende populaties is er geen genenuitwisseling meer en kunnen er aparte soorten ontstaan.

Etymologie

*via "tití" "springaapje" van "titi" "kat" [https://www.collinsdictionary.com/dictionary/english/titi Definition of "titi" op website: collinsdictionary.com] (eng); geraadpleegd 2018-10-09