Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tjolen
/ˈcolə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) zich langzaam of zonder duidelijk doel verplaatsenIk heb getjoold… maar keerde ook altijd met veel plezier terug naar het wondermooie Gent. Naar mijn thuis.Hij zag hen tjolen in de straten, stilhouden voor iedere winkel met sober gebaar, alleen en verlaten, half onnozel van dolen en niet wetend waar naartoe.
- (inerg) zich met moeite en ongemak verplaatsen of bestaan, ziek zijnGewezen international Nina Coolman tekende vorige week bij Hermes Oostende. “Vrienden en vriendinnen zijn blij dat ze niet meer naar Parijs hoeven te tjolen om me in een match te zien. Oostende is toch wat dichter. Zelf vond ik ook moeiteloos de weg naar de sportarena mister V.”Een onoverwinnelijke zwartgalligheid bleef hem bij en hij vond het best in lijden te vergaan, voorts te swatelen en te tjolen tot ze hem op een ochtend dood in een goot zouden vinden liggen.
Etymologie
*van "tjolen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek