toast

mannelijk (de)/tost/

Wat is de betekenis van toast?

toast betekent: (voeding) geroosterd brood

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) geroosterd brood
  2. voeding (voeding) geroosterd sneetje van het bij [1] genoemde brood

Voorbeelden van "toast" in een zin

  • Rooster de boterhammen. Besmeer de toast met mosterdmayonaise, leg er plakken tomaat op en op elk stuk toast 2 ansjovisfilets.
  • Hooguit wijk je dan in het weekeinde eens uit naar een croissantje of naar roereieren op toast.
  • Misschien niet bij het ontbijt maar als de toast bij de lunch verschijnt een toost uitbrengen met een niet al te kostbare champagne, een gastroveelzijdige brut-editie.
  • Ik heb ooit tijdens een ontbijt eens een beschimmelde toast gekregen én een vervallen potje yoghurt.
  • Haar butler James neemt hun plaatsen in, en ledigt ook hun glazen bij elke toast die ze op haar uitbrengen.

Etymologie

**[3] In de betekenis van ‘heildronk’ voor het eerst aangetroffen in 1807