tobbe

mannelijk/vrouwelijk (de)/tɔbə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een (houten) vat dat naar boven wijder wordt, teil
    Hij had een verzameling tobbes in de achtertuin staan.
  2. een (gebakken en geglasuurde) aarden kruik met een voet, een vlakke bovenrand en 2 oren waar vlees in gepekeld werd om te bewaren in de kelder. Kon wel tot 100 liter groot zijn.

Etymologie

* In de betekenis van ‘kuip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1252