toegangshek
onzijdig (het)/ˈtuɣɑŋsˌhɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hek dat men moet passeren om een afgesloten gebied binnen te gaanIk zag nu dat er twee toegangshekken waren: het hek waar ik doorheen was gekomen en een tweede, een eindje verderop, met aan weerszijden ervan hoge heggen.Op deze maandagochtend zit Bake om tafel met een vertegenwoordiger van de verzekering. Er is schade ontstaan bij zijn bedrijf Schone Zon aan de Newtonstraat op het bedrijventerrein in Tubbergen, want de twee dieven forceren een toegangshek om twee zogeheten steiger aanhangers te pikken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek